Herinneringen
    • Paard en wagen, cafe Brul
  • Koop Wilm………..…………Bernard Brul

 

Als men jarenlang verhalen over vroeger geschreven heeft met als enige doel degene, die er interesse in heeft, een blik te gunnen in een tijd waar wij ons nu geen voorstelling meer van kunnen maken, bereikt men op zeker moment een punt dat men gaat denken, waar moet ik het nu eens over hebben.

 Het is een bekend gegeven dat, als men ouder wordt de belangstelling naar het verleden toeneemt. Iedereen zal deze fase doorlopen.

Wat is er mooier om verhalen te kunnen lezen over de tijd die men als kind gekend heeft of, als men wat jonger is, die je ouders gekend hebben.

 Ik vind het bijzonder jammer dat er niet zoveel geschreven is over de tijd voor 1900, de tijd toen de eerste bewoners hier neerstreken.

En dan bedoel ik niet gegevens met jaartallen enz. maar echte verhalen van mensen met hun vreugde en verdriet in dit barre veengebied.

 Teruggaand in mijn herinneringen zie ik daar allereerst oude Koop-Wilm.

Wilm en zijn vrouw Trude woonden schuin tegenover ons, bijna aan het eind van de berkenrode. Ik heb ze nooit anders gekend dan twee oude mensen, hij een rustige door het harde leven getekende man, die het meeste genoot van het roken van gedroogde kersenbladeren. Zij, een soort vrouw waar men vroeger wel eens van zei, maar niet van haar alleen, - die is de duvel van de koore afgleden –

Zij kon het ene moment tot tranens toe geroerd zijn door een preek op de radio, om het andere moment alle duivels uit de hel te vloeken als iets haar niet aanstond.

Zij dienden vaak als opvangpost voor ons kinderen als er zich bij ons in het gezin weer een nieuwe wereldburger aankondigde.

Zoals iedereen waren ook zij trouwe kerkgangers.

Een enkele keer leende hij zondagsmorgens ons paard en wagen om met Trude naar de kerk te gaan. Soms mocht ik mee op de wagen. Het was vaak een van de weinige keren dat je met plezier naar de kerk ging.

Dan hoefde je niet voor in de kerk in de kinderbanken te zitten, waar je voortdurend een stomp in je rug kreeg van de notabelen van compas, die schijnbaar over voldoende geldelijke middelen beschikten om zich een plaats vlak achter de kinder banken te kunnen veroorloven.

 Oude Wilm had een plaats achter in de kerk. Zodra hij ging zitten vielen hem de ogen dicht. Alleen het gestommel van de mensen rondom hem, die zich naar de communiebank repten, konden hem wakker maken. Hij greep daarop zijn pet en spoedde zich naar de uitgang.

Omdat ik natuurlijk aan zijn toezicht was toevertrouwd ging ik mee de kerk uit, het paard vast inspannen.

Cafe Wilken, tegenover de school was het trefpunt voor de kerkgangers.

Hier werden ook de paarden gestald van degene die met paard en wagen naar de kerk kwamen. Vooral de boeren van de limietweg maakten vaak van dit middel van vervoer gebruik.

Het cafe stond niet bekend onder de naam Wilken.

Iedereen kende het als het cafe van Bernard Brul. Zoals veel mensen op compas had hij ook een bijnaam. -Bernhard Brul-.

Hij en zijn vrouw Trees runden naast het cafe ook nog een kruideniers winkel.

Cafe Boerland had ook een kruidenierswinkel. Ze hadden elk hun eigen vaste klanten.

Ik weet nog dat in de oorlog bijna alles op de bon was.

Snoep was ook op de bon. Zo’n bon werd zeer zuinig mee omgegaan. Alleen bij bijzondere gelegenheden mochten wij er gebruik van maken. Zo’n gelegenheid was het inenten. Als je als flinke kerel die slachtpartij had overleefd mocht je als beloning een snoepbon inleveren bij Bernhard Brul.

Maar iedere keer was net op dat moment de snoep uitverkocht.

De kinderen van ome Geert die Brul hadden als winkelier kwamen even later hun mond volgepropt met snoep de winkel uit.

 Was cafe Boerland meer het centrum van het culturele gebeuren van compas, het cafe van Berhard Brul was de plek waar de mensen vooral zondags na de hoogmis even een afzakkertje namen,waar  ze na een week hard werken de laatste nieuwtjes uitwisselden.

 In tegenstelling tot het cafe van Engel Wilken was cafe Brul een echt cafe waar ook een borrel geschonken werd.

Naast de vele vaste stamgasten waren er ook de jongelui die hier voor ze naar de meid gingen even met vrienden een glaasje bier dronken.

 De vaste stamgasten hielden er soms wel een heel apart soort humor op na.

Bijzondere dranken bewaarde Bernard in de kelder van het cafe. Een groot luik in de vloer gaf toegang tot deze wijnkelder.

Soms bestelde een van de stamgasten een drank waar hij zeker van was dat Bernhard die in de kelder bewaarde.

Berhard was nog maar net het trapje naar de kelder afgedaald of het luik werd dichtgedaan. Het duurde niet lang of het geschreeuw en gebonk tegen het luik begon. Hoewel het geraas in de kelder steeds meer toenam bleef men rustig een half uur met stoel en al op het luik zitten.

 Vaak waren ze ook het mikpunt van kleine plagerijtjes door de schooljeugd.

Een geliefde bezigheid was, voor degene die de moed kon opbrengen, om de kruidenierswinkel binnen te gaan en aan Bernhard of zijn vrouw Trees te vragen: -heb ie ook brulspek?-

Tot het moment kwam dat alweer een doldrieste knaap de winkeldeur opende. Zijn vraag, - heb ie ook  Brulspek?- bestierf hem op de lippen, toen een kletsnatte dweil  hem midden in het gezicht trof, een dweil vaardig gehanteerd door Trees van achter de winkeldeur.         

Een geweldig hoongelach was de dappere zijn deel.

Daarna was het hek helemaal van de dam. Nu werd het in het vervolg een kunst om der natte dweil van Trees te ontwijken.

 Trees en Bernard Wilken zijn niet meer, opgegaan in de vergetelheid van de tijd, evenals het cafe.

Wat gebleven is, is de herinnering aan een tijd waarin de mensen zich nog op een heel simpele manier konden vermaken.

 

         Willem Arling