|
Eetgewoonten vroeger en nu
Toen een kip nog naar kip smaakte En een eerlijk varkenspootje niet te versmaden viel Wie tegenwoordig een soepkip in een pot op het vuur heeft staan ruikt geen kip. Een onbestemde geur stijgt op uit de pan als men het deksel even oplicht. Het ruikt overal naar, behalve naar kip Een aantal kippenbouillonblokjes moet de smaak en geur enigszins doen lijken op de ouderwetse lekkere kippensoep. Gedachtenloos eet men tegenwoordig rustig een halve kip op. Het zij iedereen van harte gegund. Kinderen van tegenwoordig weten niet dat de diepgevroren klomp vlees die uit de supermarkt gehaald wordt een zelfde soort dier is als de kip die ze soms, als ze geluk hebben, bij een boer op het erf zien rondscharrelen. Men weet ook niet of men een kip koopt die besmet is met salmonella, of salmonella’s die besmet zijn met kip. Nee dan vroeger. Vroeger was alles veel beter weet u nog. Met heel veel dingen was dat natuurlijk niet het geval, maar in ieder geval wel wat het eten van kip betreft. De kippen hadden toen, ik spreek over zo’n 60 jaar terug, een veel beter leven.Er was nog romantiek in de kippengemeenschap. De haan stapte parmantig over het erf rond de keet. Steeds alert blijvend en kijkend of er ook ergens een kippetje te verschalken viel. Hij deed met zichtbaar plezier zijn werk en ook de kippetjes waren er content mee. Soms mistte men een kip en als men dan goed ging zoeken vond men de hen vaak onder een struik of achter strobalen, broedend op zo’n twintigtal eieren, die ze in de voorgaande weken vlijtig gelegd had. Als ze dan een tijdje later met haar donzen nakomelingen over het erf stapte, overal pikkend in de grond, hier een wormpje daar een piertje, was dat een lust voor het oog. In die tijd, niks geen opfokvoer, alleen een beetje graan zo af en toe. Verder alleen wat de natuur hen te bieden had. Het geluk een welzijn straalde toen der tijd van de kippen af. Ze stapten na een aantal jaren dan ook, bij wijze van spreken, met plezier de soeppot in. Zoals het noodlot van een haan of kip is, eindigen op het bord van de vleeseters zo verging het de kippen vroeger ook. Maar wel nadat ze een prachtig onbezorgd leven geleid hadden. Waar ziet men tegenwoordig het ouderwetse slachten van kippen nog. Bijna nergens meer. Het slachten ging als volgt in zijn werk. Het hoofd van het gezin begaf zich op zondagmorgen tussen de kippen nadat er eerst wat voer gestrooid was. De kippen druk bezig met hun ontbijt hadden op dat moment de man niet in de gaten die met een woeste uithaal wild om zich heen ging grijpen, om even later triomfantelijk een van schrik luid schreeuwend hoen mee te nemen achter de schuur. Het slachtoffer werd op de grond gelegd. De man zette een voet op de kip zijn poten en de ander voet op de
uitgespreide vleugels. Het even te voren aan de muur van het huis scherp gemaakt mes scheidde met een haal de kop van de romp. De kip zonder kop werd in een emmer gezet en overgoten met kokend water. Dit was nodig om de kip goed van
zijn verenpak te kunnen ontdoen. Daarna werd de kale kip nog even boven een vuurtje gehouden om de laatste haren af te branden. Daarna begon voor ons kinderen de anatomische les, hoe ontleed men een kip. De kip werd op zijn rug gelegd, het scherpe mes doorkliefde het borstbeen en de huid op de buik. Nu konden de
ingewanden verwijderd worden. Het was zaak om niet in de gal, die vastzit aan de lever, te snijden. Als er
galvloeistof in de kip kwam kon men deze wel weggooien. De maag het hart en de lever werd even apart gelegd evenals
de soms nog aanwezige eieren. Het was zaak om de krop ook te verwijderen, omdat men anders gevaar liep later allerlei steentjes in de soep
aan te treffen. De maag werd aan een zijde ingesneden. De maag werd binnen buitenste gekeerd en het laatst genuttigde
ontbijt werd verwijderd. Nadat alles heel goed was afgespoeld met water uit de waterput kwam de hele kip met de maag hart en lever in de pot op het vuur. Weldra verspreide zich een neus strelende geur door de keet. Een geur waar men nu alleen nog maar van kan dromen. Als men met 12 mensen van 1 kip moet eten kan men begrijpen dat er voor iedereen geen halve kip beschikbaar
was. Hij werd meestal eerlijk verdeeld. De vader het gedeelte waar de kop aanvast gezeten had, de strot en de moeder het
andere eind waar de staart gezeten had, het zogenaamde kippenkontje. Het kippenpootje was het lekkerste gedeelte van de kip. Maar aangezien een kip maar twee poten had waren de
rondgedeelde stukjes niet al te groot. In onze kinderogen waren die stukjes de echte poten. Later kwam men er achter dat aan een kippenpoot eigenlijk nog een halve kip vast zat. Iedereen smulde en niemand voelde zich tekort gedaan.
Bijna niemand eet tegenwoordig nog zoals wij dat vroeger deden. Velen gruwen bij de gedachte dat er mensen zijn die een maag, hart of lever van een kip eten. Vol afgrijzen kunnen de kleinkinderen kijken als opa een maag naar binnen zit te lepelen of een kippenstrot
vol overgave zit af te kluiven. De tijden veranderen. Er zijn veel dingen beter als vroeger. Maar er zijn ook veel dingen, die misschien noodgedwongen, verdwenen zijn,
helaas.
Willem Arling
______________________________________________________ _____________________________________
Een handelsreiziger rijdt met een gangetje van 80 km/u over een landweg. Plotseling ziet hij dat hij
ingehaald wordt door een kip. Verbaasd geeft hij wat extra gas en haalt de kip met 100kn/u langzaam weer in. Even
later komt de kip hem echter weer voorbij. Nu blijft hij met een snelheid van 120km/u achter de kip aanrijden, want
daar wilde hij het fijne wel eens van weten. Ineens slaat de kip handig rechtsaf en komt op een boerenerf tot
stilstand. De handelsreiziger brengt met gierende banden zijn auto tot stilstand, rijdt even achteruit en gaat het
boerenerf op. Daar treft hij de boer en verteld wat hij zojuist heeft gezien. “Ja, dat kan kloppen”, zegt de boer, ”kijkt u maar eens goed naar die kip.” “Krijg nou wat!” roept de handelsreiziger verbaasd, “dat beest heeft drie poten.” “Ja, dat zit zo,“ legt de boer uit, “ik woon hier met mijn vrouw en we hebben 1 zoon. En als we vroeger een kip
hadden geslacht, kregen we ruzie, omdat er maar twee poten waren. Ik werd dat spuug zat. Toen heb ik na lang kruisen
en selecteren, een kippenras gefokt met drie poten. En die blijken heel snel te kunnen lopen.” De handelsreiziger ziet wel handel in deze curiositeit en vraagt aan de boer: En smaken ze ook een beetje?” “Dat weet ik niet,” zegt de boer, “ik heb er nog nooit 1 te pakken kunnen krijgen.”
|
|