Geschiedenis van onze streek
   bekeken vanuit Duits perspectief
         De Hollandgangers



In Nederland zijn de Hollandgangers bekend als Hannekemaaiers en Kiepkerels.
De oudste Duitse bronnen maken melding van de trek van Hollandgangers vanuit het vorstendom Osnabruck en Munster in 1700
Dat was de eerste keer dat er op grote schaal Duitse mensen de grens overtrokken op zoek naar werk in Holland.
Meer als driekwart van hen waren werkzaam in de landbouw, als grasmaaier, hooikeerder of turfarbeider.
Verder werkten er metselaars, timmerlieden, stucadoors, dakdekkers, wevers tuinniers en dienstboden.
Dit waren allemaal mensen die in loondienst of accoord werkten.
Buiten beschouwing laten we even de echte kiepkerels of packentrager, zoals ze in Duitsland genoemd werden.
Deze packentrager waren allemaal kleine zelfstandigen die leefden van de handel die ze onderweg dreven.
Een heel aparte groep Hollandgangers waren degenen die aanmonsterden op schepen om op haring te vissen of om op walvissen te jagen. Vooral degenen die zich
voor langere tijd vrij konden maken, zochten werk in de Hollandse havens. Vooral uit de omgeving van Steinveld, Lohne en Dinklage.
In de tweede helft van 1800 bereikte de Hollandgangerij z’n hoogtepunt. Meer als 40.000 van deze mensen waren aan de noordzeekust werkzaam.
Vanaf 1700 was de trek van deze Hollandgangers het meest naar gebieden in West-Nederland, Brabant en Zeeland.
In de loop van 1800 kwamen ook de gebieden Overijsel, Drenthe en Groningen in beeld.
Zo omstreeks 1850 kwamen vanuit het voormalige Niedergrafschaft Lingen 1600 Hollandgangers waarvan 300 packentrager.
Uit de Hummling kwamen 1700 arbeiders waarvan 300 packentrager.
Uit het kanton Ibbenburen kwamen 270 packentrager.
In het gebied tussen de Grafschaften Lingen en Bentheim waren 7% van de bevolking Hollandgangers. Dat was 30% van alle bewoners.
In de Kreis Vechta Damme en Neunkirchen waren in 1860 nog 1000 Hollandgangers.
In 1865 werkten in Hoogeveen alleen al 50 turfgravers uit Vechta.
Door het grote Boertangermoeras waren niet zoveel wegen waarlangs deze Hollandgangers Nederland konden bereiken.
De uitgestrekte veengebieden van de Dollard naar het gebied Gronau Hengelo boden de Hollandgangers maar twee natuurlijke doorgangen naar Holland West Friesland en Groningen.
De noordroute liep door een enge koridoor tussen de Dollard, de onder-Ems en het Boertangermoeras naar Groningen en West-Friesland en werd het meest gebruikt door Hollandgangers uit Oost-Friesland, het noordelijke Eems gebied (Aschendorf, Hummling), het noordelijke Oldenburg Bremen.
De Hollandgangers uit de omgeving van Osnabruck, Lingen, het grootste gedeelte van Arensberg, Meppen, Zuid-Oldenburg en Diepholz, namen de zuidelijke route. Deze ging door Lingen en het Graafschap Bentheim, waarbij de oevers van de Vecht benut werden tot aan het IJselmeer.
Groepsgewijs trokken de Hollandgangers vanuit hun dorpen richting grens. Het centrale verzamelpunt was de breite stein bij Ankum. Van daaruit trokken ze in grote groepen naar de Emsbrucke bij Lingen waar zich de mensen uit Emsland bij aansloten. Meerdere tienduizenden staken hier per jaar de Eems over.
Hollandgangers die gingen en Hollandgangers die terug kwamen.

       Willem Arling