|
Hete zomers in de venen Als de donder rolde en bliksemschichten de hemel hel verlichten
Vroeger was alles veel beter, alles mooier, alles beter geregeld, kortom de mensen hoefden zich door een eenvoudiger manier van leven minder zorgen te maken. Het leven was minder gecompliceerd. De producten die toen gemaakt werden waren zelfs beter.Jaren na de oorlog werd er nog vaak gezegd: Ja maar, dit is nog van voor de oorlog. Dan was kwaliteit zondermeer gewaarborgd.Het is schijnbaar een ingebakken iets bij de mensheid om het verleden te romantiseren.Mooie dingen blijven de mens langer bij als de minder mooie.Als ik zo’n zestig jaar in de tijd terug ga dan zie ik nog voor mij de mooie zomers die we toen hadden. De zon scheen altijd we liepen de hele zomer op blote voeten.De mensen die in het veen werkten hadden het extra zwaar.Liters vocht verloren ze zo’n dag door het extreme zweten onder de genadeloos brandende zon.Meerderen keren per dag kwamen ze dan schuin het veen overgestoken, de karbiezen vol met lege flessen om ze bij ons aan de waterput te vullen. Het veen water, geen mens wil het nu nog drinken, was op zo’n moment een godendrank.De mensen die in een veen keet zijn geboren en er geleefd hebben weten waar ik het over heb als ik het leven tijdens de zomer in een keet beschrijf.Ik weet nog heel goed, als het voorjaar aanbrak en de kou van de winter uit de keet verdreven was, de klompkachel die in het midden van de keet stond, verbannen werd naar de dele.De bakstenen vloer in de woon eetkamer werd zaterdags geschrobt en moesten wij schoon zand ergens bij het kanaal, de wieke, halen. Er werd een laagje zand over de vloer gestrooid en de kamer stond er weer knap op voor de komende zondag.Het leven zomers in een keet kwam lang niet altijd overeen met het beeld wat sommige mensen vandaag de dag er misschien van hebben.Het wonen en leven in een veen keet hieldin dat men de keet o.a.deelde met de honderden vlooien die zich ophielden in het beddenstro.Normaal was daar mee te leven. Maar tijdens zeer warme zomers werden ze ‘s nacht zeer agressief deze kleine bloedzuigertjes en staken je van alle kanten.De bedstee uitgaan en desnoods op de stenen vloer verder proberen te slapen hielp ook weinig. De deken die je meenam van je bed zat natuurlijk ook onder de vlooien en daar kwamen dan nog de muizen bij die ‘s nachts door het vertrek trippelden en als je in hun route lag rustig dwars over je heen liepen. Als nu, zo’n zestig jaar later, na een warme zomerdag een zware onweersbui over ons gebied trekt, worden we daar eigenlijk niet warm of koud van. We doen de deuren dicht, misschien de stekkers van de T.V. eruit, en we wachten rustig af tot de bui voorbij is.Vroeger was dat wel even anders,.De meeste veen keten waren natuurlijk zeer brandbaar.Als daar de bliksem insloeg kon je het wel vergeten, je hele hebben en houden was je dan kwijt.Ik heb het beeld nog altijd in mijn gedachten.Knallende donderslagen en felle weerlichten deden je ‘s nachts opschrikken uit de slaap. Iedereen in het gezin werd wakker gemaakt.Alle kleren die we hadden werden aangetrokken, ook de overjas voor de winter. Felle bliksemschichten deden de slaperige gezichten van ons kinderen oplichten als we allemaal op een rij langs de wanden van de keet moesten zitten.De bliksem moest, als hij via de schoorsteen binnenkwam ongehinderd zijn weg naar buiten door de openstaande staldeur kunnen vinden. Als je dan, zo dik ingepakt tussen de anderen, het noodweer onderging zag je in gedachten een enorme vuurbal uit de schoorsteen komen en stuiterend via de dele en stal de keet weer verlaten. Het beeld gelijk daar achter aan was die van de geit van opa die op het moment dat een vuurbal door de keet raasde, nieuwsgierig zijn kop om de hoek van de staldeur had gestoken. De kop was hem finaal van de romp geslagen.Terwijl de keet kreunde en kraakte onder het geweld van de opgestoken harde wind en striemende regenvlagen de donder en bliksem afwisselden, ging moeder onverstoorbaar door met het samen met ons bidden van de rozenkrans.Na elke hevige donderslag klonk haar stem dwingender en gleden de kralen van de rozenkrans nerveus door haar handen.Als de bui langzaam aan in de verte verdween daalde er weer een rust neer op het hele gezin. Blij en dankbaar dat ook nu alles weer goed afgelopen was zocht iedereen zijn slaapplaats weer op.Dwalend door het veen park krijgt de bezoeker een vrij goed beeld van de woonomstandigheden van de vroegere bewoners. De meeste zullen immers nooit de emoties en gevoelens kunnen ondergaan en ervaren van wat het is om in een veen keet geboren en getogen te zijn.
Willem Arling
|